Huidproblemen bij hond en kat

Zoeken naar oorzaken door uitsluiting ervan
In de vorige nieuwsbrief heeft u kunnen lezen over teken en vlooien en de (nieuwe) producten hiertegen. Deze nieuwsbrief is gericht op de hond of kat met jeuk waarbij de jeuk niet veroorzaakt wordt door vlooien.

Regelmatig krijgen wij dieren op het spreekuur aangeboden waarbij de klacht is dat er continu gekrabd en gebeten wordt. In sommige gevallen is de jeuk zodanig dat naast kaalheid ook beschadigingen aan de huid zichtbaar zijn met soms zelfs een huidinfectie of huidverkleuring tot gevolg. In sommige gevallen gaan de huidproblemen samen met oor- en/of anaalklierontsteking. Na het uitsluiten van een vlooienbesmetting met een vaak samengaande allergie tegen vlooienbeten dient een volgende stap genomen te worden als de jeuk bij strikte ontvlooiing terug is gekomen of nooit is weg geweest.
De volgende stappen kunnen bestaan uit:
- het nemen van een huidafkrabsel
- het onderzoeken van de huid onder een speciale lamp die schimmelsporen zichtbaar maakt
- het uitsluiten van voedselallergie door middel van een speciaal dieet.
Als de vervolgstappen onvoldoende effect hebben gehad, kan er steeds meer in de richting van een atopie gedacht worden.

Atopie
Atopie wil zeggen dat het dier allergisch reageert tegen stoffen in de omgeving. De eerste klachten van een ‘atopische patiënt’ ontstaan meestal voor het derde levensjaar. Als we een vlooienallergie buiten beschouwing laten, wordt atopie vaker gezien bij honden dan bij katten. Bepaalde hondenrassen zijn gevoeliger dan andere rassen om atopie te ontwikkelen. Als andere mogelijke oorzaken van huidirriatie zijn uitgesloten en de irritatie blijft toch bestaan, dan kan het aangewezen zijn om bloed af te nemen.
Het bloed wordt opgestuurd en onderzocht op antistoffen die zijn opgebouwd tegen bepaalde stoffen in de omgeving. De stoffen waar overgevoeligheid tegen wordt waargenomen, zijn zeer uiteenlopend en kunnen net zoals bij de mens bestaan uit pollen van planten en bomen, schimmelsporen alsook omgevingsmijten (meelmijt, huisstofmijt, etc.).
Als naar aanleiding van de bloedtest blijkt dat de hond overgevoelig is voor één of meerdere stoffen in de omgeving kan het laboratorium een specifieke inspuitbare stof maken om het dier te hyposensibiliseren. Bij 70% van de dieren slaat een hyposensibilisatiekuur aan. Dat wil zeggen dat bij 70% van de dieren een verbetering van 50% of meer kan worden waargenomen. Toch kan een dier blijvend hyposensibiliserende injecties of, in bepaalde periodes van het jaar, extra jeukonderdrukkende medicatie en ondersteunende voeding nodig hebben.
Informeer bij onze praktijk naar de procedure van het hyposensibiliseren en naar het totale kostenplaatje. Onze dierenartsen informeren u met alle plezier over het verminderen van jeuk bij uw geliefde huisdier!

 

Online afspraak

Chip je dier

Webshop